Erfgoed

Eeuwen leven met het water

Van middeleeuws handelsdorp tot wereldhoofdstad van de oester — de geschiedenis van Yerseke wordt bepaald door eb en vloed van de Oosterschelde.

  • 966
    Eerste vermelding

    Yerseke wordt op 24 januari 966 voor het eerst genoemd, als “Gersika” in een oorkonde van keizer Otto I, en op 27 juli 980 opnieuw als “Gersicha”. Lang gold dat de naam van een kreek kwam, maar waarschijnlijker is dat middeleeuwse kopiisten zich vergisten omdat ze het dorp niet kenden.

  • Ca. 1430
    ’t Burchtje

    Het mottekasteel aan de westzijde van het dorp wordt vervangen door een nieuw kasteel, ’t Burchtje, bewoond door de heren Van Yerseke.

  • 1530
    Sint-Felixvloed

    Een verwoestende stormvloed overspoelt het gebied oostelijk van Yerseke — het latere Verdronken Land van Zuid-Beveland — en de moeren westelijk van het dorp. Alleen de Sint-Odulphuskerk en de omliggende huizen blijven droog.

  • 1568–1648
    Nederlandse Opstand

    Tijdens de Opstand tegen Spanje krijgt Yerseke te maken met plundering en brandstichting, zowel door geuzen als door Spaanse soldaten.

  • 1870
    Geboorte oestercultuur

    De overheid geeft de eerste percelen op de bodem van de Oosterschelde uit voor oesterkweek en er komt een nieuwe haven; Yerseke groeit uit tot centrum van de schelpdierteelt.

  • 1871
    Eerste oesterput

    Aan de buitenzijde van de Breedsendijk wordt de eerste oesterput aangelegd. Het dorp groeit zo snel dat het “het Zeeuwse Klondike” wordt genoemd, naar het Canadese gouddelversstadje.

  • Eind 19e eeuw
    De mosselveiling

    De mosselhandel en -veiling ontwikkelen zich; Yerseke groeit uit tot het centrum van de Nederlandse mosselhandel, met de enige mosselveiling van het land.

  • 1885
    Neergang en emigratie

    Het gaat slechter met de oesterteelt. Veel Yersekenaren emigreren naar de Verenigde Staten, met name naar West-Sayville (New York), waar ook oesters worden gekweekt.

  • 1953
    Watersnoodramp

    De Watersnoodramp treft heel Zeeland zwaar en is mede aanleiding voor de Deltawerken.

  • 1965
    Prinses Beatrixhaven

    Op 15 juli wordt de nieuwe haven geopend: de Prinses Beatrixhaven. Het oude havendeel heet voortaan de Prins Willem-Alexanderhaven.

  • 1970
    Gemeente Reimerswaal

    De zelfstandige gemeente Yerseke wordt opgeheven en gaat samen met Rilland-Bath, Krabbendijke, Kruiningen en Waarde op in de nieuwe gemeente Reimerswaal.

  • 1986
    Oosterscheldekering

    De Oosterschelde wordt afgesloten door de Oosterscheldekering. De stroming neemt af en het getijverschil daalt tot gemiddeld 3,25 meter.

  • 2002
    Nationaal Park Oosterschelde

    Op 8 mei wordt het gebied officieel Nationaal Park Oosterschelde, met circa 370 km² het grootste nationale park van Nederland.

  • 2012
    CEME naar NIOZ

    Het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie in Yerseke, voorheen onderdeel van NIOO-KNAW, wordt onderdeel van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ).

Yerseke voor één nacht of langer? Bekijk beschikbare hotels en B&B's. (advertentie)

Boek je verblijf →

Wanneer wordt Yerseke voor het eerst genoemd?

Yerseke duikt voor het eerst op in de geschreven bronnen op 24 januari 966, als “Gersika” in een oorkonde van keizer Otto I, en op 27 juli 980 opnieuw als “Gersicha”. Daarmee is het dorp minstens elf eeuwen oud.

Lang werd gedacht dat de naam van een kreek kwam — logisch voor een dorp dat zo verweven is met water. Waarschijnlijker is echter dat middeleeuwse kopiisten zich simpelweg vergisten, omdat ze het dorp zelf niet kenden en de naam foutief overschreven. Een prozaïsche verklaring, maar wel een eerlijke: niet elk mysterie in de geschiedenis van Yerseke hoeft een romantische oplossing te hebben. Het dorp ontstond op een kreekrug, een hoger gelegen strook grond te midden van de schorren, waar de eerste bewoners onder meer schapen hielden. Die kreekrug bood iets wat in dit deel van Zeeland zeldzaam was: droge voeten. Terwijl de omliggende gronden regelmatig blank stonden, bleef de rug bij Yerseke bewoonbaar, en dat vestigingsvoordeel bepaalde eeuwenlang waar het dorp zich kon uitbreiden en waar niet.

Waarvan leefde Yerseke in de middeleeuwen?

Yerseke was al in de middeleeuwen een handelsdorp. Inwoners verhandelden tarwe, meekrap (een rode kleurstof) en darink, zouthoudende turf die werd afgegraven voor de zoutwinning.

Dat afgraven, het darinkdelven, gebeurde in de moernering: het gebied waar boeren stukken veengrond wegstaken om er zout uit te winnen. Het gebied waar dit eeuwenlang gebeurde, heet nog altijd de Yerseke Moer. Het leverde geld op, maar holde het land ook uit — een vroege versie van een patroon dat de hele geschiedenis van Yerseke zou blijven kenmerken: het water geeft, en het water neemt. Een schilderij uit circa 1540, Darinck Delven, hangt tegenwoordig in het Stadhuismuseum Zierikzee en toont de verschillende stadia van dat werk nog in detail: van het steken van de natte turf tot het drogen en verbranden ervan voor de zoutwinning. Voor wie vandaag de Yerseke Moer bezoekt, is het bijna niet voor te stellen dat dit rustige veenweidegebied ooit een drukke werkplaats was. Het volledige verhaal van darinkdelven en moernering lees je op de pagina over de Yerseke Moer.

Wat was ’t Burchtje?

’t Burchtje was het kasteel dat rond 1430 aan de westzijde van Yerseke verrees, ter vervanging van een ouder mottekasteel. Het was de zetel van de heren Van Yerseke.

Yerseke was in die tijd geen slaperig vlek: het dorp wedijverde actief met de nabijgelegen steden Goes en Reimerswaal, en de heren van Reimerswaal hadden zelfs zitting in Yerseke. Van het kasteel zelf is weinig fysiek overgebleven, maar de naam ’t Burchtje leeft voort als herinnering aan een dorp dat ooit zijn eigen adellijke bestuur had.

Wat deed de Sint-Felixvloed van 1530 met Yerseke?

De Sint-Felixvloed van 1530 overspoelde het gebied oostelijk van Yerseke, dat sindsdien bekendstaat als het Verdronken Land van Zuid-Beveland, en verzwolg ook de moeren westelijk van het dorp.

Van heel Yerseke bleven alleen de Sint-Odulphuskerk en de huizen daar direct omheen droog — letterlijk een eiland van steen te midden van het water. Het is een van de duidelijkste voorbeelden van hoe dicht welvaart en ondergang bij elkaar lagen in dit stukje Zeeland: dezelfde zee die het darinkdelven en later de schelpdierteelt mogelijk maakte, kon in één stormnacht een groot deel van het land opeisen. De kerk staat, samen met andere gebouwen uit de dorpsgeschiedenis, beschreven op de pagina over monumenten en erfgoed.

Hoe raakte Yerseke betrokken bij de Nederlandse Opstand?

Tijdens de Nederlandse Opstand tegen Spanje (1568–1648) kreeg Yerseke te maken met plundering en brandstichting, zowel door geuzen als door Spaanse soldaten.

Een kwetsbaar kustdorp aan een strategische vaarroute was in oorlogstijd zelden een geruste plek om te wonen, welke kant er ook plunderde. De precieze omvang van de schade is niet in detail overgeleverd, maar de Opstand markeert een van de roerigere periodes uit de vroege geschiedenis van het dorp.

Hoe ontstond de oestercultuur in Yerseke?

Rond 1870 gaf de overheid de eerste percelen op de bodem van de Oosterschelde uit voor oesterkweek, ingevoerd door een aantal kapitaalkrachtige industriëlen. Binnen enkele decennia groeide Yerseke uit tot het hart van de Nederlandse oestercultuur.

Het heldere, voedselrijke en getijdengedreven water van de Oosterschelde bleek ideaal voor de kweek. Wil je precies weten hoe die kweek in zijn werk gaat, van pannencultuur tot verwateren? Lees de volledige pagina over oesters uit Yerseke, inclusief de eerste oesterput uit 1871. En het verhaal van de razendsnelle groei die volgde, en de emigratie die daarna kwam? Dat lees je op de pagina over het Zeeuwse Klondike.

Hoe werd Yerseke het centrum van de mosselhandel?

Eind negentiende eeuw ontwikkelden mosselhandel en -veiling zich tot een tweede economische pijler naast de oester. Yerseke groeide uit tot het centrum van de Nederlandse mosselhandel, met de enige mosselveiling van het land.

De mosselcultuur zelf is trouwens veel ouder dan de oestercultuur: die dateert al uit de vijftiende eeuw. Maar het was pas met de opkomst van een georganiseerde handel en veiling dat Yerseke zich definitief vestigde als hét adres voor mosselen in Nederland — een positie die het dorp tot op de dag van vandaag niet heeft afgestaan. Het mosselzaad zelf komt overigens niet uit de Oosterschelde: het wordt opgevist in de Waddenzee en daarna uitgezaaid op percelen bij Yerseke, waar de mosselen verder groeien tot ze klaar zijn voor de veiling. Vroeger gebeurde het vissen met kleine, karakteristieke zeilschepen, de hoogaars en de hengst; tegenwoordig varen daar moderne schepen met geavanceerde navigatieapparatuur. De hele keten, van mosselzaad tot veiling, staat uitgebreid beschreven op de pagina over mosselen uit Yerseke.

Wat betekende de Watersnoodramp van 1953 voor Yerseke?

De Watersnoodramp van 1953 trof heel Zeeland zwaar en gaf de directe aanleiding voor de bouw van de Deltawerken, waaronder de Oosterscheldekering die de Oosterschelde sinds 1986 beschermt tegen extreem hoogwater.

Voor Yerseke was dat een dubbelzinnig cadeau. De kering maakte een einde aan de dreiging van nieuwe overstromingen, maar veranderde ook het water zelf: de stroming nam af en het getijverschil daalde tot gemiddeld 3,25 meter. Daardoor bezinkt er zand in de oude geulen zonder dat er nieuw zand op de platen wordt afgezet, waardoor die langzaam afkalven — een verschijnsel dat bekendstaat als “zandhonger”. Voor de schelpdierteelt bleef het getij, hoe verzwakt ook, wel behouden: cruciaal voor de oesters en mosselen die in de oesterputten worden verwaterd en gesorteerd. Meer over dat getij, het Nationaal Park Oosterschelde en het verschijnsel zandhonger lees je op de pagina over getijden en natuur. Diezelfde kering was, samen met een strenge winter en oesterziekten, ook de aanleiding voor een tweede grote crisis in de oesterteelt. Dat verhaal, en hoe de sector daarna overstapte op de Japanse oester, staat op de pagina over oesterziekten en de Japanse oester.

Hoe kreeg Yerseke zijn huidige haven?

Tot 1840 bestond de haven van Yerseke uit niet meer dan wat los- en laadpunten op kleine dammen. Na stapsgewijze uitbreidingen opende op 15 juli 1965 de huidige haven: de Prinses Beatrixhaven, met het oudere deel als Prins Willem-Alexanderhaven.

De opkomst van de oesterteelt rond 1870 maakte een eerste nieuwe haven noodzakelijk, met verdere uitbreidingen in 1883 en 1898. Plannen voor een grotere haven uit 1938 liepen vast door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en in de jaren vijftig zorgde de dreigende afsluiting van de Oosterschelde voor nieuwe onzekerheid — totdat het besluit viel om een open Oosterscheldekering te bouwen, wat die dreiging wegnam. Sindsdien huisvest Yerseke ook een onderzoeksinstituut van naam: het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie, sinds 2012 onderdeel van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ).

Wat is Yerseke vandaag?

Sinds 1 januari 1970 maakt Yerseke deel uit van de gemeente Reimerswaal, samen met Rilland-Bath, Krabbendijke, Kruiningen en Waarde. Het dorp combineert een werkende vissershaven met bloeiend toerisme rond zijn schelpdiercultuur.

Bezoekers proeven verse oesters en mosselen, varen mee langs de oesterputten en ontdekken in het Oosterscheldemuseum de rijke geschiedenis van dorp en schelpdiercultuur. Benieuwd welke families en bedrijven achter die schelpdiercultuur zitten? Lees de schelpdierfamilies en -bedrijven van Yerseke, of ontdek welke beroemde Yersekenaren het dorp door de eeuwen heen voortbracht. En wil je weten waarop al deze feiten precies zijn gebaseerd? Bekijk onze bronnenpagina of lees wie deze site maakt.

Panorama van de Oosterschelde bij Yerseke
Yerseke leeft op het ritme van eb en vloed van de Oosterschelde.

Verblijf boeken in Yerseke

Van havenhotel tot vakantieappartement: bekijk actuele beschikbaarheid en prijzen voor jouw verblijf in Yerseke.

Bekijk accommodaties

Affiliatelink naar onze partner Expedia. Wij ontvangen mogelijk een kleine commissie, zonder extra kosten voor jou.

🇳🇱NLNederlands 🇬🇧ENEnglish 🇪🇸ESEspañol 🇩🇪DEDeutsch 🇫🇷FRFrançais